
Goese archivaris lost mysterie klok op
Algemeen 16 keer gelezenHet mysterie rond de Goese klok ‘nummer 9’ heeft de afgelopen weken de gemoederen flink beziggehouden in zowel Goes als Drenthe. De klok, die in 1930 werd gegoten en ooit deel uitmaakte van een groot carillon van zevenenveertig klokken in de Grote kerk in Goes, dook ineens op in het Drentse Hijken. Daar hangt hij nu al twee weken te pronken in een klokkenstoel. Hoe de klok daar precies terecht is gekomen, blijkt toch nét iets anders te zijn dan tot nog toe werd aangenomen.
DOOR FLOOR KOHLEN
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden veel bronzen klokken door de Duitse bezetters opgeëist. Ook in Goes werden alle klokken van het stadhuis en de kerk in Goes meegenomen. De bronzen klokken van deze klokkenroof zouden omgesmolten moeten worden voor de wapenindustrie.
IJsselmeerklokken
Een groot deel van die geroofde klokken belandde op een transportschip dat later in het IJsselmeer zonk, voor de kust van Urk. Archivaris Iris Dingemans uit Goes vertelt: “Dat is expres gedaan als een daad van verzet. Zo zijn heel veel klokken in Nederland toch behouden gebleven.”
Na de oorlog werd het schip drooggelegd en de klokken aan land gebracht. In Drenthe werd aangenomen dat de Goese klok vervolgens zoek was geraakt of gestolen was. En dat de klok rond 1962 werd verkocht tijdens een veiling van de zogeheten ‘IJsselmeerklokken’. Maar uit nieuw archiefonderzoek blijkt dat dat niet het geval is.
Terug in Goes
Archivaris Dingemans: “De klokken werden direct na de oorlog tijdelijk opgeslagen in Amsterdam waar werd uitgezocht waar de klokken vandaan kwamen. Er is een lijst met alle klokken, dus het is heel goed bijgehouden. In mei 1946 bleek dat van de oorspronkelijke veertig klokken van het Goese carillon er vierendertig waren teruggevonden, waaronder klok ‘nummer 9’. Die klok werd datzelfde jaar voor klankanalyse naar het Laboratorium voor Technische Physica in Delft gestuurd. En op 24 juni 1947 keurig teruggestuurd naar Goes en netjes afgeleverd bij het stadhuis aan de Grote Markt!”
Klok ‘nummer 9’ werd verkocht
De klok is dus nooit zoekgeraakt of gestolen zoals ze in Hijken dachten. Ondanks de terugkeer van klok ‘nummer 9’ kreeg zij geen langdurige plek in de toren. In de jaren na de oorlog bleek het herstelde carillon van slechte kwaliteit. Veel klokken klonken vals of onzuiver. De gemeenteraad besloot uiteindelijk in de jaren zestig tot een bijna volledige vervanging van het carillon. Tussen 1965 en 1970 werden eenenveertig nieuwe klokken gegoten door Eijsbouts in Asten. Slechts zes achttiende-eeuwse klokken bleven behouden. De andere klokken, waaronder klok ‘nummer 9’, werden verkocht.
Klokkenstoel
Wanneer klok ‘nummer 9’ precies uit Goes is vertrokken, is volgens Dingemans nog niet opgehelderd. Wel bekend is het dat de klok in 1962 opdook bij de Gereformeerde gemeente in Hijken. Die kerk sloot in 2014 en de klok belandde vervolgens bij een oudijzerhandel. Daar werd de klok gekocht door een inwoner van Hijken. Jarenlang stond de klok te verstoffen tot hij vorig jaar, na het overlijden van de man, weer opdook. De Stichting Klokkenstoel Hijken herontdekte het bijzondere verhaal van de Goese klok en heeft hem twee weken geleden een eervolle plek gegeven in de houten klokkenstoel van het dorp.
Vraagstuk
De vondst van de klok in Hijken kwam ook voor Dingemans als een verrassing. “We wisten eigenlijk niet zoveel over wat er precies met de klokken van Goes gebeurd is na de oorlog. Er is nooit echt goed onderzoek naar gedaan,” zegt ze. “Deze klok bracht dat ineens in beweging. Inmiddels hebben we van de meeste klokken uit de klokkenroof wel duidelijkheid. Maar waar ze allemaal zijn beland nádat ze verkocht zijn, dát is een vraagstuk dat nog open ligt.”
Nu de klok opeens in een Drents dorp hangt, is het een logische vraag of hij moet terugkeren naar Goes. Dingemans: “Inmiddels weten we dat de klok na de oorlog gewoon is verkocht,” legt ze uit. “Als het om een gestolen of verdwenen klok ging, lag het anders. Maar in dit geval hoort hij historisch gezien niet meer in Goes thuis. Laat hem dus maar in Drenthe.”[n]
























