
Door Arends oog: Het kortste straatje, de automobielen en de minister
Algemeen 318 keer gelezenDe Beestenmarkt en de Vlasmarkt raken elkaar net niet. Wil je van de een naar de ander, dan moet je door de Waterstraat, de kortste straat van Goes, zo’n twintig meter schoon aan de haak. De Waterstraat telt volgens het kadaster vier adressen, aan elke kant twee. Van die vier adressen is er eentje een winkel en dat is zowel een wereldwinkel – zoals in: wereldgozer en wereldgoal – als de Wereldwinkel. Op de andere adressen wordt gewoon gewoond. Eigenlijk telt de Waterstraat niet vier, maar zes adressen, maar Waterstraat 3 en 5 zijn als zodanig niet herkenbaar, omdat ze als winkelcomplex met het aanpalende adres Wijngaardstraat 1 verbonden zijn. Die winkel is Boone Woninginrichting en deze drie met elkaar verbonden panden – kadastraal gezien één geheel, bouwjaar 1978 (in oudere stijl) – staan te koop, dus als u voortaan in één klap in twee Goese straten tegelijk wil wonen of werken, is dit uw kans.
De huidige breedte van het kortste straatje is ontstaan in de jaren net voor de Tweede Wereldoorlog. Op een kadasterkaart uit de 19e eeuw is goed te zien dat de Waterstraat toen aanzienlijk smaller was dan de Ossenhoofdstraat en de Wijngaardstraat die in het verlengde ervan liggen. Het is goed voor te stellen dat in die tijd van automobilisatie hier qua verkeer een heuse bottleneck ontstond. En dan moet er van overheidswege ingegrepen worden; toen ook al. Een samenvatting van dat gemeentelijk ingrijpen kunnen we uitgebreid lezen in dagblad De Zeeuw van 4 april 1935, compleet met namen en bedragen. De oude panden werden opgekocht door de gemeente en de nieuwe moesten later zodanig worden neergezet dat de Waterstraat breder werd en de hoeken met de twee markten minder scherp werden. De nieuwe huizen die de Waterstraat toen breder maakten, dateren allemaal van 1940 en 1952.
Oud krantennieuws zoals hierboven werd weergegeven kunnen we allemaal vinden in de onvolprezen Krantenbank Zeeland. Je tikt een kernwoord in op de startpagina van de betreffende krant en je krijgt een stortvloed aan vermeldingen door de jaren heen. Het leuke is dat je dan ook spelfouten in de eerbiedwaardige courant tegenkomt. Ik zag op die manier maar liefst vijfmaal ‘de minister van Waterstraat’ passeren, echt waar.
In de 19e eeuw ontstonden op het gemakje de officiële straatnamen, nadat Napoleon zich daar sterk voor had gemaakt. Straatnamen die al in de volksmond bestorven lagen, maakten grote kans officieel te worden en zo geschiedde het met de Waterstraat, een naam die al in 1840 uit die volksmond werd genoteerd. Op de hoek Waterstraat/Vlasmarkt liep een ‘waterganck’ (sloot), die al in 1531 in gemeentelijke stukken werd vermeld. Dat zou de straatnaam kunnen verklaren, zo lezen we in het straatnaamoverzicht van de gemeente.
We werpen nog een blik op de foto. Links een onverwacht doorkijkje naar de koepel van de Heilige Maria Magdalenakerk; die koepel ziet u vast niet alledag. En geheel rechts zien we wat minder fraais: een ingepakt enorm bord om duidelijk te maken dat auto’s niet meer zomaar de binnenstad in mogen. De uitvoering van dat raadsbesluit is een poosje uitgesteld, maar toen waren de borden al geplaatst. Die zijn daarom tot op de dag van vandaag in zwart plastic verstopt. Er was al eerder ook ‘s wat aan de hand met auto’s en de Waterstraat, toch? Laat die minister er maar ‘s naar kijken!
Tekst en foto: Arend van der Wel




















