
Goes gezien door Arends oog: Een stratensliert van zeehelden (2-slot)
Algemeen 109 keer gelezenVorige keer struinden we met zeebenen door Goes-West, waarvan een deel soms als de zeeheldenbuurt wordt aangeduid. De helft van de straatnamen in die buurt is slechts gewijd aan zeehelden pur sang: zeevaarders die zich dapper gedragen in zeegevechten, aldus Van Dale. De andere zijn meer ontdekkingsreizigers (wel per boot) of koloniale bestuurders (wel met de boot daar gekomen). Maar de koek is nog niet op. Vanuit Goes-West springen we in zuidelijke richting bij wijze van spreken over het Stadskantoor heen en we komen nog eens vijf zeehelden tegen en dat zijn in de precieze betekenis van het woord zuivere zeehelden.
Die vijf straten kun je niet echt een buurtje noemen, maar ze hebben wel verbinding met elkaar. Van Galen (zonder voornaam of voorletters) en M.H. Tromp leveren zijstraten aan M.A. de Ruijter (Zeeuw!), die bij het Admiraalsplein(!) overgaat in Piet Hein, die Karel Doorman als zijstraat – meer een zijwandelpad – heeft. Van Galen is veruit de onbekendste zeeheld van deze vijf. Hij heeft maar een kort, doodlopend straatje – of dat oorzaak of gevolg is, weet ik niet. De meest uitzonderlijke van dit vijftal is Karel Doorman, omdat hij niet zoals de andere vier in de 17e eeuw leefde, maar zijn heldendaden verrichtte in de Tweede Wereldoorlog: Slag in de Javazee, ‘All ships follow me’. Dit straatnaambesluit is dan ook van 1951, terwijl de andere vier al in 1908 zijn bedacht. Hé, dat is interessant, want met de ‘echte’ zeeheldenbuurt in West was pas in de jaren ’20 begonnen. Piet Hein is overigens de enige zeeheld die je onmogelijk alleen bij zijn achternaam kunt aanduiden, want die naam is (te) klein, zoals u weet. En over De Ruijter is nog te zeggen dat de gemeente tamelijk consequent zijn naam met ij-met-puntjes spelt, terwijl de rest van de wereld – ook ‘ons’ ziekenhuis – het op een i-grec houdt, De Ruyter dus. Maar de straatnaam is in Goes vastgesteld in een tijd dat spelling nog niet zo vastlag als nu, dus dat mag.
De echte zeehelden vinden we in de ruim genomen 17e eeuw, te beginnen in de oorlog met Spanje, maar daarna ook in oorlogen met Engeland en Frankrijk. Vaak waren ze in dienst van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) of de West-Indische Compagnie. In die tijd waren vlootvoogden, admiraals of hoe ze verder ook werden aangeduid, net zulke volkshelden als nu voetballers of popsterren. En dan maak je toch een top-40 van zeehelden? Dat is in 2005 inderdaad gebeurd, en wel op basis van het kwantitatief voorkomen van hun afbeeldingen, de afmetingen van hun graftomben en het aantal gedichten over ze, alles in hun eigen tijd, de ruime 17e eeuw. De vier toppers zijn geen verrassing: De Ruijter, vader en zoon Tromp en Hein (wie? Piet Hein! O, die!). De hier eerder tot onbekend gebombardeerde Van Galen staat toch mooi op 7. En onze andere Zeeuwse zeehelden? De hoogste Evertsen staat op 8, de hoogste Bankert op 12 en De Moor op 31.
Conclusie. We hebben in Goes niet een echte, compacte zeeheldenbuurt, maar wel een lange sliert van zeehelden, dwars door Goes, van het station naar de Middelburgsestraat: elf zuivere zeehelden. Of ze ook zuiver op de graad waren, is een andere vraag. Niet allemaal altijd, naar de maatstaven van nu en voor zover bekend. Met de soms geprezen VOC-mentaliteit kan je allerlei kanten op. Maar misschien hebben we dit soort heldhaftige mensen wel weer nodig, want onze Lage Landen liggen wel erg strategisch en misschien wil iemand ons wel inlijven…
Tekst en foto: Arend van der Wel




















